vrijdag 27 mei 2016

Purperreiger

Bij Étang Bellebouche is een reigerkolonie. De Purperreiger (Ardea purpurea, Purple Heron , Héron pourpré, Purpurreiher) vloog steeds heen en weer.




donderdag 26 mei 2016

Kuifhyacinth

Op dit moment vind je in de Brenne overal de Kuifhyacinth in bloei.


maandag 23 mei 2016

Rietzanger

Al weken zit er op het eiland direct voor de hut van Étang Bénisme (Foucault) een Rietzanger (Acrocephalus schoenobaenus, Sedge Warbler, Phragmite des joncs, Schilfrohrsänger) te zingen. Ik neem aan dat het vrouwtje inmiddels zit te broeden.




Étang de la Sous

Op het pad van de parkeerplaats naar de hut van étang de la Sous tref je - bij mooi weer - bijna altijd wel een of meerdere Smaragdhagedissen aan. Een van de hagedissen herken ik inmiddels aan het litteken op haar lijf. Dit is een ander exemplaar.


Voor de hut liet deze Witwangstern (Chlidonias hybrida, Whiskered Tern , Guifette moustac, Weißbart-Seeschwalbe) zich mooi bekijken. Op veel plaatsen profiteren deze sierlijke sterntjes van de (her)aanplant van waterlelies en gele plomp. Deze zijn de de jaren 50 zo goed als uitgeroeid door de "visboeren". Zij waren van mening dat er op plekken waar deze groeiden weinig vis zou komen en dus de oogst zou vergroten door deze massaal te maaien. Na onderzoek is gebleken dat er echter meer vis komt wanneer deze planten wel aanwezig zijn. Dus is men ze weer gaan planten. Helaas bleken de bisamratten het lekkere planten te vinden. Om vraat te voorkomen werd er op veel plaatsen een gaas om de plantengroepen geplaatst. Gevolg: geen vraat meer. En de Witwangsternen profiteren er van mee. Ze zijn de laatste jaren flink toegenomen en heroveren ook weer gebieden buiten de Brenne.


Op de terugweg naar de parkeerplaats zat deze muurhagedis op een van de palen van het informatiebord.


Fuut

Vandaag was een Fuut (Podiceps cristatus, Great Crested Grebe, Grèbe huppé, Haubentaucher) druk aan het poetsen voor de hut van Étang Purais.







zaterdag 21 mei 2016

Bijeneters

Omdat enkele plekken waar Bijeneterkolonies (Merops apiaster, bee-eter, Guêpier d'Europe, Bienenfresser) steeds drukker bezocht worden door fotografen ben ik op pad gegaan om nieuwe plekken te vinden. En..... gevonden. Deze plek is in de buurt van Ingrandes aan de Anglin. De locatie heb ik niet exact aangegeven op de kaart.





dinsdag 17 mei 2016

Ooievaar op bezoek

Vanavond hadden we een Ooievaar (Ciconia ciconia, White Stork , Cigogne blanche, Weißstorch) op bezoek. Dat is bijzonder omdat deze soort niet in de Brenne broedt. In de omgeving broedt wel de Zwarte Ooievaar (Ciconia nigra, Black Stork , Cigogne noire, Schwarzstorch) in de uitgestrekte bossen. Enkele paartjes maar.
De vogel zat op onze stal. Eerst een foto gemaakt van af ons terrein.


Daarna even naar de buurman gelopen zodat ik de vogel van zijn zonnige kant kon fotograferen!


De vogel had een blauwe ring die uit twee ringetjes bestond. Ik heb er niets over kunnen vinden op internet. Hij heeft de nacht op onze stal doorgebracht. Woensdagochtend was de vogel er nog maar zat nu op de stal van de buurman. Daarna was de vogel gevlogen.

maandag 16 mei 2016

Whoh, de Woudaap

Ik heb al eens eerder geschreven dat ik voorstel om de oude naam van de Woudaap (Ixobrychus minutus, Little Bittern, Blongios nain, Zwergdommel) weer nieuw leven in te roepen. De vogel heette vroeger Wouwaap en ik vind dat een betere naam. Hij roept namelijk "wouw". Nu heb ik nog een tweede reden. Het is altijd een "whow"-belevenis wanneer je deze kleine reiger in het visier, laat staan die van de camera, krijgt. Ik was op pad met een groep die hier een natuurarrangement had geboekt. In principe ga ik dan de eerste dag met hen op pad om de mooiste plekken aan te wijzen zodat ze er nadien - in de loop van hun verblijf - nog eens wat langer terug kunnen keren. Gisteren stonden we op het punt om Étang de la Sous weer te verlaten toen er een Woudaap werd gezien. Omdat de vogel zo dicht bij zat was er voor de aanwezig een lust om te zien. De vogel stoorde zich nergens aan en was druk aan het vissen. En dat op zo'n anderhalve meter voor de hut. Op de laatste foto heeft ze (het was een vrouwtje) een jonge snoek gevangen.






zondag 15 mei 2016

Grasmus en Rietzanger

In de Brenne is het vergeven van de Grasmussen (Sylvia communis, Whitethroat, Fauvette grisette, Dorngrasmücke). Overal hoor je ze. Ook zitten ze regelmatig goed zichtbaar te zingen. Deze zat in het struikgewas voor de hut en zat een beetje verscholen.



Op het eiland zit al dagen een Rietzanger (Acrocephalus schoenobaenus, Sedge Warbler, Phragmite des joncs, Schilfrohrsänger) te fluiten. Ik denk dat hij nog op zoek is!


Witte zwaantjes - grijze zwaantjes

Poolse zwaantjes.

Regelmatig krijg ik de vraag: hoe komt het dat er witte en grijze Knobbelzwanenkuikens zijn?
Bij sommige zwanenechtparen (ja, voor het leven!) zie je grijze en witte pullen. Hoe kan dat nou?

Het antwoord is als volgt. Er zijn wilde Europese Knobbelzwanen (Cygnus olor, Mute Swan, Cygne tuberculé, Höckerschwan) en Poolse Knobbelzwanen ().
De wilde knobbelzwanen hadden grijze jongen. In Polen had je knobbelzwanen met witte jongen.
Het was een mutatie van de wilde knobbel met een kleurverdunning (dilution).
De Engelsman Yarrell 'ontdekte' deze Poolse zwaan en noemde hem Cygnus immutabilis.
Dat betekent zoiets als 'onveranderd': deze jongen waren al wit en bleven wit. Er was dus geen verandering in kleur ten opzichte van de volwassen dieren. Poolse (jonge) knobbelzwanen waren populair door hun witte dons. Die donsmarkt is evenwel ingestort. De Poolse zwanen werden vrijgelaten en vermengden zich met wilde knobbelzwanen. Gevolg: je ziet in het wild ouderdieren met grijze en met witte jongen. Later worden ze allemaal wit.
Toch kan je altijd nog een verschil zien: wilde knobbelzwanen hebben zwarte poten
en (jonge) Poolse knobbelzwanen hebben vleeskleurige grijze poten.
Ook schijnt er verschil te zijn in de kleur van de oogring, maar dat moet ik nog eens goed bekijken.


Deze informatie komt van de site Vogeldagboek van Adri de Groot.

Hieronder een moeder met haar nest van zeven waarin 3 jongen wit zijn. Pa was wel in de buurt.






dinsdag 10 mei 2016

Een middag aan de Creuse: Bijeneters enzo.

Vandaag ben ik samen met een van onze gasten op pad geweest. We hebben de hele middag in wat camouflagehutjes verbracht. Levert mooie plaatjes op.

Eerst een Oeverloper (Actitis hypoleucos, Common Sandpiper, Chevalier guignette, Flußuferläufer). Deze zitten hier bij bijna elke vijver en aan de rivieren. De vogel liet zich maar kort zien.



En een Witte Kwikstaart (Motacilla alba, White Wagtail, Bergeronnette grise, Bachstelze). De vogel werd verjaagd door een Grote Gele Kwikstaart maar die liet zich niet fotograferen. 



Als laatste enkele plaatjes van de Bijeneter (Merops apiaster, bee-eter, Guêpier d'Europe, Bienenfresser). Ze waren druk bezig met het graven van hun nesten. Terwijl een vogel aan het graven was keek zijn/haar partner toe en was alert op onraad. De nestgangen waren nergens al dieper dan de lengte van de vogel. Zij zijn dan ook nog pas een week terug in de kolonie. Er werd ook onderling nog wat strijd geleverd: Wie krijgt de beste plek?













Paarse schubwortel



De paarse schubwortel of prachtschubwortel (Lantrhaea clandistina, purple toothwort, Purpur-Schuppenwurz, clandestine écailleuse) is een laag blijvende plant uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae). De paarse schubwortel parasiteert op de wortels van populier en wilg en els, maar ook wel hazelaar en heeft geen bladgroen. De plant heeft geen bovengrondse stengel. Ze bloeit van maart tot mei met lang gesteelde 4 tot 5 cm lange bloemen, die rechtstreeks vanuit de wortelstok komen. De plant komt onder andere voor in oude parken en landgoederen. 


Hier in de Brenne kom je deze in deze periode regelmatig tegen. Op schaduwrijke plekken in de buurt van hazelaar vindt je hem op veel plaatsen. Zo ook hier langs de Creuse.



vrijdag 6 mei 2016

Grote Karekiet

Bij Étang de la Sous is altijd wel wat te beleven. Daarom zijn er altijd zo veel fotografen van heinde en verre. Vandaag liet de Grote Karekiet (Acrocephalus arundinaceus, Great Reed Warbler, Rousserolle turdoïde, Drosselrohrsänger) zich erg mooi zien en hij zong het hoogste lied. Er waren minstens twee zingende mannetjes die druk bezig waren elkaar maar zeker ook potentiele dames ter imponeren.